Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Nieuws > Chipringen SID500, SID600 en VR1 uit de roulatie. We leggen uit waarom!

Chipringen SID500, SID600 en VR1 uit de roulatie. We leggen uit waarom!

In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn de eerste Elektronische Constateersystemen voor postduiven op markt gekomen. De chipringen die toen werden gebruikt, waren uitgerust met eenvoudige, destijds in de handel verkrijgbare, transponders. Al snel had men in de gaten dat dit geen veilige manier was om duiven te constateren.

Op een beurs in Duitsland werd gedemonstreerd hoe je op een simpele manier, met behulp van een kopie van de chipring (het zogenaamde zwarte doosje), op ieder willekeurig moment duiven kon constateren.

De eerste grote rel in het elektronisch constateren was daar en het elektronisch constateren met deze chipringen werd verboden.

De fabrikanten van EC-systemen moesten met spoed op zoek naar een ‘veilige’ transponder voor in de chipringen. In samenwerking met AEG werd een transponder ontwikkeld waarvan een deel van het transpondernummer variabel was. Deze transponder werd toegepast in de SID500 chipring en later ook in de SID600 chipring. In deze chipringen waren 64 bits beschikbaar voor het variabele deel van het transpondernummer, het zogenaamde geheime getal. Het geheime getal wordt bij elke inkorving vervangen door een nieuw getal waardoor op de transponder op elke wedvlucht een ander nummer heeft.

Met de technische kennis die men op dat moment had, was men van mening dat deze werkwijze voldoende bescherming bood tegen het kopiëren van chipringen en het manipuleren van de wedvluchten.

Er volgde al snel een felle discussie over de veiligheid van deze chipringen. Een geheim getal van 64 bits is veel te weinig en levert voor een hacker weinig problemen op. Het voorspellen van het geheime getal zou zelfs mogelijk zijn en dan wordt het manipuleren van een wedvlucht een fluitje van een cent. Dat kan zelfs op een zodanige manier dat dit niet te traceren is met de huidige apparatuur en programma’s.


De discussie rondom de SID500 en de SID600 is voor de NPO een van de redenen geweest om in 2001 te stoppen met het leveren van deze chipringen. Met een verwachte levensduur van 4 à 5 jaar zou het probleem met deze chipringen zichzelf dan oplossen in de daaropvolgende 5 jaren.

Echter, nu, na 15 jaar, zijn er nog steeds SID500 en SID600 ringen in omloop. De kwaliteit van deze ringen is, voor liefhebbers dikwijls onzichtbaar, teruggelopen zodat het verstandig is deze ringen niet meer te gebruiken. De aanschafprijs van deze chipringen is ruimschoots terugverdiend. Het probleem met de 64 bits chipringen is dan  uit de wereld en de discussie hierover kan eindelijk worden gesloten.

Gelet op de enorm snelle toename in de ontwikkeling van geavanceerde technieken op softwarematige toepassingen is het onverantwoord voor de veiligheid en betrouwbaarheid van de concoursen om met chipringen met deze simpele transponders door te gaan.

De NPO levert nu nog alleen chipringen waarin het geheime getal bestaat uit 256 bits. Ook de manier waarop het geheime getal in de chipring wordt geschreven is anders dan bij de SID500 en SID600 chipring. De veiligheid van het concours is met deze chipringen beter gewaarborgd en dat is wat wij met z’n allen willen.

Overigens kunnen verenigingen vanwege het buitengebruik stellen van deze chipringen tot 31 december andere chipringen nabestellen zonder dat hiervoor extra kosten in rekening worden gebracht. 

Veenendaal,
16 oktober 2015

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.