Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2015 > Afdeling vindt dat besluit Algemene Vergadering onrechtmatig is genomen
Dossier 15.1.735

Afdeling vindt dat besluit Algemene Vergadering onrechtmatig is genomen

De Algemene Vergadering NPO heeft een besluit genomen over de status quo in afdeling 5. Afdeling Kuststrook is van mening dat dit besluit in strijd is met statuten en de uitspraak van de kort geding rechter omdat het een grenswijziging van de unieke werkgebieden betreft (verzenddatum uitspraak: 28 oktober 2015)

Uitspraak :

van het College van Tucht en Geschil van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, hierna te noemen het College.  De behandelende kamer van het College,  bestaande uit de heren P. E. Fidder, Nunspeet (fungerend voorzitter), H. Berkers, Geldrop (fungerend secretaris) en de heren G. Baas, Ellecom, en F. Dijkman, Best, bijeen te Veenendaal 5 oktober 2015, ter behandeling van een Geschillenzaak, welke via Bureau Rechtspleging van de NPO, aan het College werd voorgelegd onder dossiernummer 15.1.735. 

Kennisnemende van:

Een schriftelijke klacht d.d. 17 september 2015 van Afdeling 12, hierna te noemen appellant, ingediend door haar raadsman dhr. A.J. Veninga, tegen een besluit van de Algemene Leden Vergadering (ALV) van de NPO tijdens haar bijeenkomst op 9 september 2015. Het betwiste besluit hield in dat er t.a.v. het geschil tussen Afdeling 5 en Afdeling 12, een status-quo zou worden ingesteld, inhoudende dat de duiven van de betwiste 12 verenigingen vervoerd zouden blijven worden door Afdeling 5 en ook zouden deelnemen in het concours van Afdeling 5. Tijdens de zitting specificeerde appellant zijn klacht als zijnde gericht tegen het bestuur NPO, hierna te noemen verweerder, omdat weliswaar de ALV besluiten kan nemen maar het bestuur daarvoor verantwoordelijk is en dat die daarom het besluit niet had mogen uitvoeren .

Ten aanzien van de bevoegdheid:
Dat het College op voet van het bepaalde in artikel 31 lid 6 van de Statuten NPO en artikel G1 lid
1 van het Reglement Rechtspleging niet anders kan doen dan de klacht in behandeling te nemen.

Ten aanzien van de klacht:
De klacht is ontvankelijk.

Ten aanzien van de procedure:
Appellant werd ter zitting vertegenwoordigd door haar raadsman dhr. A.J. Veninga en de bestuursleden [voorzitter], {bestuurslid 1] en [Bestuurslid 2].
Verweerder werd, met volmacht, vertegenwoordigd door [secretaris] NPO en [Bureaumanager] NPO

Ten aanzien van de feiten en omstandigheden:

  • dat appellant stelt dat de 12 betwiste verenigingen, volgens de uitspraak van het Beroepscollege d.d. 8 april en het vonnis van de voorzieningenrechter d.d. 23 juni lid zijn van Afdeling 12;
  • dat appellant verwijst naar de brief van Afdeling 5 d.d. 5 juli aan de betwiste verenigingen waarin zij zegt dat zij het vonnis van de rechter zal uitvoeren en de situatie van voor 
  • 4 december 2014 zal doen herleven;
  • dat Afdeling 5 wel de brief heeft gestuurd maar de duiven van genoemde verenigingen is blijven vervoeren en aanvankelijk ook in haar concoursuitslagen heeft opgenomen;
  • dat het besluit van de ALV NPO in de vergadering van 9 september om een status-quo in te stellen en dus ook het honoreren van dit besluit door verweerder om twee redenen onrechtmatig was: a. omdat het tegen het vonnis van de voorzieningenrechter inging en b. omdat het in strijd was met statuten NPO; 
  • dat verweerder bestrijdt dat het besluit van ALV NPO inging tegen de statuten omdat de status-quo geen aanpassing van de unieke werkgebieden betekende maar een verlenging van de verleende dispensaties. Door de dispensaties werd er geen werkgebied aangepast;
  • dat het College zich afvraagt of het vonnis van de voorzieningenrechter, gezien zijn overweging in punt 4.7, oordelend dat de uitspraak van de ALV van 2 juni niet voldoende eenduidig was, gelijkluidend zou zijn geweest als de uitspraak van de ALV tijdens de bijeenkomst van 9 september was meegenomen in zijn beoordeling;
  • het College beseft dat voorgaand punt slechts één overweging was uit meerdere van de voorzieningenrechter. De rechter heeft geen oordeel uitgesproken over de verleende dispensaties en over de door het Beroepscollege aangevoerde argumentatie om de overeenkomst van 4 december 2014 nietig te verklaren. Dit zullen fundamentele discussiepunten worden in een eventueel te voeren bodemprocedure;
  • dat dit punt 4.7 voor Afdeling 5 ook de aanleiding was om de ALV opnieuw bij elkaar te roepen met het doel een eenduidige stemming zonder voorbehoud te krijgen, waarin zij ook slaagde;

 

Ten aanzien van de conclusie:

  • het College deelt niet de mening van appellant dat de uitspraak van de ALV NPO nietig zou zijn omdat het een aanpassing van de unieke werkgebieden zou betreffen en dus door verweerder als een statutenwijziging had moeten worden behandeld. Het beoordeelt deze uitspraak als een verlenging van de door verweerder verleende dispensaties, zoals verweerder bepleitte;
  • het College deelt wel de mening van appellant dat de uitspraak in strijd is met de uitspraak van het Beroepscollege en het vonnis van de voorzieningenrechter;
  • dat het College beoordeelt dat het mogelijk zou zijn geweest als de stemming van de ALV NPO van 2 juni eenduidig zou zijn geweest, de rechter tot een ander oordeel zou zijn gekomen maar dat dit zeker nog niet zou betekenen dat de eventueel te voeren bodemprocedure ook tot een ander oordeel zou voeren;
  • het College oordeelt dat zolang geen bodemprocedure is gevoerd, het vonnis van de voorzieningenrechter gerespecteerd dient te worden.

 

Uitspraak doende:

Het College stelt in alle redelijkheid vast dat verweerder het besluit van de ALV niet had mogen honoreren en dat de uitspraak van het Beroepscollege en het vonnis van de voorzieningenrechter, zolang er geen bodemprocedure is gevoerd, gerespecteerd dienen te worden.

Het College komt tegemoet aan de klacht van de appellant.

Tegen deze uitspraak van het College kan door partijen krachtens Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging NPO binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO, door een brief te richten aan het bureau NPO Secretariaat Rechtspleging, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal, terwijl tegelijkertijd een bedrag van  €45,00 moet worden overgemaakt op bankrek. nr. NL42 INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van “Fonds Rechtspleging”en het dossiernummer.

Aldus gedaan te Geldrop 25 oktober 2015 en verzonden op 28 oktober 2015

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.