Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Bezwaar niet laten meetellen vlucht voor dagfond in verband met te korte afstand
Dossier 16.1.1120

Bezwaar niet laten meetellen vlucht voor dagfond in verband met te korte afstand

Eiser heeft bezwaar ingebracht tegen het besluit van verweerder om de wedvlucht vanuit Nanteuil, welke is gehouden op 28 mei 2016, niet te laten meetellen voor het kampioenschap dagfond van haar competitie WHZB/TBOTB. Verweerder heeft dat besluit genomen omdat de kortste afstand vanaf die losplaats tot aan het eerste hokcoördinaat in [Afdeling] 436 km bedraagt, terwijl in haar regelgeving staat dat voor dat onderdeel van haar competitie er sprake moet zijn van een minimale afstand van 450 km (verzenddatum uitspraak: 22 december 2016)

UITSPRAAK
 

Partijen:          Eiser:              [Combinatie]
Verweerder:   Stichting “Wie Heeft Ze Beter” 
Dossier:          16.1.1120

Uitspraak van het Tucht- & Geschillencollege NPO, hierna te noemen: Het College.
De samengestelde behandelende kamer van het College bestaande uit:
-          De heer P.E. Fidder, fungerend voorzitter
-          De heer N.A. Meuwsen. fungerend secretaris
-          De heer H. Lemmen, Lid
-          De heer H. Berkers, Lid
-          De heer D. van Noort, Lid

Zitting houdende te Veenendaal op woensdag 7 december 2016, ter behandeling van het geschil tussen eiser, wonende [adres] en verweerder, gevestigd [adres].

  • Omschrijving van het geschil:

Eiser heeft bezwaar ingebracht tegen het besluit van verweerder om de wedvlucht vanuit Nanteuil, welke is gehouden op 28 mei 2016, niet te laten meetellen voor het kampioenschap dagfond van haar competitie WHZB/TBOTB.

Verweerder heeft dat besluit genomen omdat de kortste afstand vanaf die losplaats tot aan het eerste hokcoördinaat in [Afdeling] 436 km bedraagt, terwijl in haar regelgeving staat dat voor dat onderdeel van haar competitie er sprake moet zijn van een minimale afstand van 450 km.

Eiser vordert van verweerder dat de punten die eiser haar volgens de afdelingsuitslag naar haar mening behoren toe te komen, worden opgenomen voor de berekeningen van de duifkampioenen in de competitie WHZB/TBOTB. Verweerder weigert om haar moverende reden niet aan de vordering van Eiser te voldoen.

Nu verweerder haar medewerking in de eis weigert, wenst eiser het geschil voor de leggen aan het College.

  • Ten aanzien van de bevoegdheid van de Kamer:

Op grond van het bepaalde in artikel 29 lid 1 van de Statuten NPO en artikel A2.2,  A3 en A4 en artikel  G.1 van het Reglement Rechtspleging NPO, acht het College zich bevoegd de onderhavige zaak in behandeling te nemen.

  • Oproepen partijen: 

De volgende partijen zijn voor de zitting van 7 december 2016 opgeroepen aanwezig te zijn:

a. Namens Verweerder De heer [Voorzitter WHZB/TBOTB]
De heer [bestuurslid WHZB/TBOTB]
b. Namens Eiser:  [Combinatie]

Voor aanwezigheid van partijen in persoon wordt verwezen naar de presentielijst.

Uitspraak Tucht- & Geschillencollege van de NPO:
 

  • Ten aanzien van de feiten en omstandigheden: 
  1. De afstanden die tellen voor de berekeningen van de kampioenschappen in de competities van de stichting WHZB/TBOTB komen voort uit het reglement van deze stichting.
  2. In die reglementen staat dat de kortste afstand voor de dagfondvluchten minimaal 450 km dient te bedragen.
  3. Op last van de burgemeester van Meaux  werd het de organiserende instantie niet toegestaan op 28 mei 2016 een wedvlucht te houden vanuit de losplaats Meaux.
  4. Afdeling 11 Friesland heeft als vervangende wedvlucht de losplaats Nanteuil in haar programma opgenomen
  5. De kortste afstand vanaf de losplaats Nanteuil tot aan het eerste hokcoördinaat in [Afdeling] bedraagt 436 km. Op grond van dat gegeven heeft het bestuur van WHZB/TBOTB de wedvlucht vanuit Nanteuil niet opgenomen in de berekening van de duifkampioenen dagfond WHZB/TBOTB.


Verloop van de hoorzitting:

  1. Eiser beroept zich op het feit dat Nanteuil niet gezien kan worden als een terugvlucht. Er is immers niet met de duiven terug gereden van Maux naar Nanteuil, maar de duiven zijn rechtstreeks vanuit de vereniging vervoerd naar de losplaats Nanteuil.
  2. Eiser stelt dat de 450 km-grens alleen geldt voor terugvluchten en dus niet voor vluchten die als vervanging worden ingelast en bijgevolg vanuit de betreffende afdeling rechtstreeks naar de vervangende losplaats worden vervoerd.
  3. Eiser verwijst voor zijn onder lid b genoemde stelling naar de omschrijving als aangegeven in de reglementen van de stichting WHZB/TBOTB. De omschrijving in dit reglement luidt voor “ Beste dagfond duif (E-vluchten)”: Een terugvlucht dagfond telt enkel mee als de kortste afstand binnen de afdeling minimaal 450 km bedraagt.
  4. Eiser is van mening nu hij heeft gesteld dat de ingelaste losplaats Nanteuil niet kan worden gekwalificeerd als een “terugvlucht”, voor deze wedvlucht de voorwaarde van 450 km als kortste afstand niet van toepassing is.
  5. Eiser stelt tenslotte dat in het reglement voor de reguliere dagfondvluchten geen minimale afstandsgrens van 450 km is aangegeven.
  6. Verweerder beroept zich er op dat voor haar competitie als minimale afstand voor de dagfond een afstand geldt van 450 km. Nanteuil kent voor afdeling 11 Friesland als kortste afstand slechts 436 km en komt daardoor volgens haar reglementen niet voor de kwalificatie “dagfondvlucht” in aanmerking.
  7. Eiser heeft tegen de wijziging van Meaux in Nanteuil geen bezwaar bij haar afdeling ingebracht. Zij heeft geheel vrijwillig deelgenomen aan de wedvlucht vanuit Nanteuil en zich hierdoor akkoord verklaard met de regelgeving van Verweerder.

 

  • Overwegingen: 

Het College concludeert dat eiser vóór het inkorven van de duiven voor de wedvlucht E21 er mee bekend was of had kunnen zijn dat de afstand van deze wedvlucht door de wijziging van de losplaats niet meer voldeed aan de criteria zoals die algemeen van toepassing waren en zijn voor het berekenen van kampioenschappen dagfond van de competitie van verweerder.

Desondanks heeft Eiser zonder enig protest vooraf en geheel vrijwillig meegedaan aan deze wedvlucht en zich daardoor akkoord verklaard met het gegeven dat de kortste afstand van het losstation geen 450 km bedroeg maar slechts 436 km.

Het College heeft geconstateerd dat verweerder bij het berekenen van haar kampioenschappen, gedurende jaren een consistent beleid heeft gevoerd. In dit geval bij haar berekeningen alleen vluchten meegeteld waarvan de kortste afstand in de betreffende afdeling 450 km bedroeg.

Het College acht het om die reden niet redelijk en billijk, nu er van een consistent beleid sprake is, afwijkend van dit consistente beleid te besluiten. Hiermee zou    immers in gelijke gevallen die zich in het verleden hebben voorgedaan binnen de competities van verweerder, aan de toen betrokken liefhebbers onrecht worden aangedaan. 

Uitspraak:

  • Het College wijst de eis van eiser af.
  • Veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten van het geschil, welke hoofdzakelijk bestaan uit reiskosten van de leden van de Kamer in het geschil. Deze kosten worden vastgesteld op een totaalbedrag van € 150,00.
     

Dit bedrag dient door eiser binnen 14 dagen na verzending van de uitspraak te worden voldaan door storting of overschrijving op bankrekening NL42INGB 068.72.12642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van Fonds Rechtspleging en het dossiernummer van deze zaak. Bij niet tijdige betaling wordt het bedrag verhoogd met de wettelijke rente welke thans 2% per jaar bedraagt.

Tegen deze uitspraak kan door partijen op basis van Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging, binnen vier weken na verzenddatum van deze uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO.

Aldus gedaan op 21 december 2016 en verzonden op 22 december 2016.

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.