Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Bezwaar tegen gepubliceerde tussenstand kampioenschappen en verwerpen van reclame
Dossier 16.1.718

Bezwaar tegen gepubliceerde tussenstand kampioenschappen en verwerpen van reclame

Combinatie maakt bezwaar tegen het feit dat de NPO weigert de kampioenschapspunten voor een ingekorte vlucht mee te tellen voor het nationale midfond kampioenschap omdat de afstand van 216 kilometer te kort zou zijn (verzenddatum uitspraak: 11 november 2016)

Uitspraak

van het Tucht- en Geschillencollege NPO van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, hierna te noemen het College.  De behandelende kamer van het College, bestaande uit de heren P. E. Fidder, Nunspeet (fungerend voorzitter), H. Berkers, Geldrop (fungerend secretaris) en de heer H. Lemmen, Reuver, bijeen te Veenendaal 7 november 2016, ter behandeling van een Geschillenzaak, welke via Bureau Rechtspleging van de NPO aan het College werd voorgelegd onder dossiernummer 16.1.718.

Kennisnemende van:
het schrijven, d.d. 20 september van de [combinatie], spelend onder lidnummer [lidnummer], hierna te noemen appellant, waarin zij bezwaar maken tegen het feit dat de NPO, hierna te noemen verweerder,  weigert de kampioenspunten die hun duif [Ringnummer] op de vlucht [vluchtnummer en datum], behaalde mee te tellen voor het nationale midfond kampioenschap omdat de afstand van 216 kilometer te kort zou zijn.

Ten aanzien van de bevoegdheid:
Dat het College op voet van het bepaalde in artikel 31 lid 6 van de Statuten NPO en artikel G1 lid 1 van het Reglement Rechtspleging niet anders kan doen dan de klacht in behandeling te nemen.

Ten aanzien van de klacht:
De klacht is ontvankelijk.

Ten aanzien van de procedure
Appellant werd ter zitting vertegenwoordigd door [combinatielid]
Verweerder werd ter zitting vertegenwoordigd door [2e secretaris NPO]
Door verweerder werd tijdens de zitting een pleitnota overhandigd.

 Ten aanzien van de feiten en omstandigheden:

  • dat verweerder aangaf dat hij de reacties van appellant op zijn eerste en herhaalde bezwaar tegen de weigering om de door zijn duif behaalde kampioenspunten mee te tellen, ondermaats vond, zonder enige onderbouwing. Er werd tweemaal alleen maar geantwoord dat de afstand te kort was voor een classificatie als midfondvlucht terwijl het reglement duidelijk stelt dat de afstanden ”midfond 300 tot 500 kilometer” indicatief zijn;
  • dat appellant ter zitting verklaarde dat de betreffende vlucht was ingekort maar door Afdeling 6 werd gezien als midfondvlucht, omdat die vlucht door zijn zwaarte en de twee dagen mand ook het karakter had van een midfondvlucht en omdat die ook als midfondvlucht was gepland. Dat dit laatste ook reglementair zo was geregeld;
  • dat verweerder ter zitting en in zijn pleitnota nadere uitleg gaf over de indicatieve afstanden van 300 tot 500 kilometer. Dat hij de term ”indicatief” gebruikte om geen discussies te krijgen over wat kilometers meer of minder. Dat een verschil van 84 (300-216) echter niet kan gelden als wat meer of minder. Dat dit onderwerp destijds ter sprake is gekomen tijdens een Algemene Leden Vergadering en dat toen is aangenomen dat wat meer of minder, 10% zou betekenen, dus in dit geval 10% van 300, 30 kilometer. Dat dit veel minder is dan het daadwerkelijke verschil van 84;
  • dat appellant stelde dat deze nadere specificatie hem, en overigens ook de collegeleden, onbekend was en dus niet als reglement kon tellen. Hij vroeg zich dan ook af of Compuclub ook met deze 10% rekening houdt bij het berekenen van de kampioenschappen;
  • dat verweerder bevestigde dat Compuclub inderdaad met deze 10% rekening houdt.

Ten aanzien van de conclusie:

  • dat de term “indicatief” in deze zaak een belangrijke rol speelde;
  • dat de nadere specificatie van deze term door verweerder, door de ALV gefiatteerd, duidelijk maakte dat het verschil tussen de daadwerkelijke en de indicatieve minimumafstand dermate groot is dat de afstand te kort is om voor de nationale kampioenschappen als midfondvlucht te kunnen tellen.


Uitspraak doende:

Het College komt niet tegemoet aan de klacht van de appellant.
Bepaalt verder dat appellant de proceskosten van het geschil zal betalen, te bepalen op € 150,-  zijnde hoofdzakelijk kilometervergoedingen voor de collegeleden op de zittingsdag. Dit bedrag dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak te worden voldaan door storting of overschrijving op bankrekening nr. NL42 INGB 0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van Fonds Rechtspleging en dossiernummer.

Tegen deze uitspraak van het College kan door partijen krachtens Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging NPO binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO, door een brief te richten aan het bureau NPO, Secretariaat Rechtspleging, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal, terwijl tegelijkertijd een bedrag van €45,00 moet worden overgemaakt op bankrekeningnummer NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van “Fonds Rechtspleging”en het dossiernummer.

Aldus gedaan te Geldrop 9 november 2016 en verzonden op 11 november 2016

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.