Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Bezwaar tegen niet verlenen dispensatie door Bestuur NPO
Dossier 16.1.703

Bezwaar tegen niet verlenen dispensatie door Bestuur NPO

Een basislid is het niet eens met de afwijzing van zijn dispensatieverzoek door Bestuur NPO en gaat daartegen in beroep tegen bij het Tucht- en Geschillencollege NPO (verzenddatum uitspraak 16.1.703: 14 april 2016)

Uitspraak

van het Tucht- en Geschillencollege NPO van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, hierna te noemen het College. De behandelende kamer van het College, bestaande uit de heren H. Lemmen, Reuver (fungerend voorzitter), H. Berkers, Geldrop (fungerend secretaris) en de heer F. v.d. Berg, Uden, bijeen te Veenendaal 7 maart 2016, ter behandeling van een geschillenzaak, welke via Bureau Rechtspleging van de NPO, aan het College werd voorgelegd onder dossiernummer 16.1.703.

  • Kennisnemende van:

het schrijven, d.d. 20 februari 2016, van [basislid], wonende te [woonplaats], hierna te noemen appellant, waarin hij het NPO-bestuur, hierna te noemen verweerder, meldt dat hij de afwijzing van zijn ingediende dispensatieverzoek niet accepteert en deze wil voorleggen aan het College. Zijn verzoek betrof een door hem gewenste overgang van Afdeling 8 naar Afdeling 7. Om uitleg gevraagd door verweerder hadden beide afdelingen een negatief advies afgegeven, waarop verweerder het dispensatieverzoek afwees.

  • Ten aanzien van de bevoegdheid:

Dat het College op voet van het bepaalde in artikel 31 lid 6 van de Statuten NPO en artikel G1 lid 1 van het Reglement Rechtspleging niet anders kan doen dan de klacht in behandeling te nemen.

  • Ten aanzien van de klacht:

De klacht is ontvankelijk.

  • Ten aanzien van de procedure:

Appellant was persoonlijk aanwezig.

Verweerder werd vertegenwoordigd door [voorzitter], [secretaris]. Tijdens de zitting werd door verweerder een pleitnota uitgereikt om zijn standpunten duidelijk te maken.

  • Ten aanzien van de feiten en omstandigheden:
    • dat appellant, toen hij in 2009 in [woonplaats] kwam wonen,  lid werd bij een vereniging in [plaats 1] maar gaandeweg steeds vaker, en later bijna altijd, ging inkorven bij een vereniging in [plaats 2] in afdeling 7. Belangrijk was hierbij dat hij het niet eens is met het feit dat hij te maken krijgt met, en zich moet houden aan de regeling voor principiële leden. Hij benadrukt dat hij niet tegen de mensen is die bepaalde principes hebben maar hij moet van die principes geen last hebben;
    • dat appellant ook al in 2011 en 2014 zonder resultaat om dispensatie heeft gevraagd;
    • dat appellant niet wil wachten op de commissie, die benoemd is binnen afdeling 8 , om tot een aanvaardbare oplossing te komen voor beide groepen, principiële en niet-principiële leden;
    • dat appellant vooral het ZLU-spel speelt en dan kan inkorven waar hij wil. Hetzelfde geldt voor de trainingsvluchten waaraan hij deelneemt;
    • dat appellant ondanks het feit dat hij op bijna al zijn vluchten mag inkorven in afdeling 7, en dat ook met veel plezier doet, toch weer om dispensatie vraagt, is, dat hij in staat wil zijn om op ieder moment dat hij wil, voor de prijzen mee wil kunnen doen aan een NPO-vlucht. Dan moet hij nu alsnog naar zijn vereniging in afdeling 8.;
    • dat verweerder aangaf dat hij graag dispensatie zou verlenen maar dat er weliswaar discussie is over de Unieke Werkgebieden maar dat deze voorlopig gehandhaafd blijven;
    • dat tijdens de Algemene Leden Vergadering van maart 2012 geregeld is dat verweerder zich bij een verzoek van dispensatie laat voorlichten door de Besturen van de betrokken Afdelingen;
    • dat Afdelingen vaak gerechtvaardigde belangen hebben om hun leden niet zo maar naar andere Afdelingen te laten vertrekken;
    • dat verweerder, in een afweging van de belangen, geoordeeld heeft dat de argumentatie van appellant onvoldoende zwaar is om de gerechtvaardigde belangen van de Afdelingen te passeren;
    • dat beide Afdelingen in hun reactie naar verweerder aangeven dat [woonplaats] duidelijk tot Afdeling 8 behoort en niet als grensgeval kan worden beschouwd;
    • dat verweerder stelt dat het feit dat appellant geen zwaarwegende argumenten heeft aangevoerd, er toe zou (kunnen) leiden dat een goedkeuring zijnerzijds precedentwerking zou hebben.
       
  • Ten aanzien van de conclusie:
    • dat het College van oordeel is dat appellant gerechtvaardigde bezwaren heeft over de nadelen die hij ondervindt van de regeling voor principiële leden, hetgeen ook blijkt uit het feit dat Afdeling 8 daar een commissie voor heeft benoemd om tot een oplossing te komen;
    • dat het College oordeelt dat appellant, ondanks voorvermelde, in staat is zijn duiven op bijna alle vluchten in te korven waar hij wil en dat de nadelen die hij daarbij ondervindt, niet als zwaarwegend kunnen worden aangemerkt;
    • dat het College de stelling van verweerder deelt dat in een belangenafweging de bezwaren van appellant niet opwegen tegen de gerechtvaardigde belangen van de betrokken Afdelingen. 


Uitspraak doende:

Het College stelt in alle redelijkheid vast dat verweerder in zijn belangenafweging in deze zaak juist heeft gehandeld.

  • Het College komt niet tegemoet aan de klacht van de appellant.
  • Bepaalt verder dat appellant de proceskosten van het geschil zal betalen, te bepalen op € 250,- zijnde hoofdzakelijk kilometervergoedingen voor de collegeleden op de zittingsdag. Dit bedrag dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak te worden voldaan door storting of overschrijving op bankrekening nr. NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van Fonds Rechtspleging en dossiernummer.

Tegen deze uitspraak van het College kan door partijen krachtens Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging NPO binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO, door een brief te richten aan het bureau N.P.O, Secretariaat Rechtspleging, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal, terwijl tegelijkertijd een bedrag van €45,00 moet worden overgemaakt op bankrek. nr. NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van “Fonds Rechtspleging”en het dossiernummer.

Aldus gedaan te Geldrop 20 maart 2016 en verzonden op 14 april 2016.

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.