Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Onrechtmatige besluitvorming door Afdeling
Dossier 16.1.501

Onrechtmatige besluitvorming door Afdeling

Vereniging beschuldigt Afdeling van”onrechtmatige besluitvorming” door te stellen dat deze bijlagen voor de vergadering te laat verstuurde, een agendapunt over het aannemen van de verenigingen uit Afdeling 12 niet behandelde en een verzoek van verenigingen niet in stemming bracht. Bovendien stelt zij dat had verweerder geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Beroepscollege uit 2015 (verzenddatum uitspraak 16.1.501: 25 april 2016)

Uitspraak

van het Tucht- en Geschillencollege van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie,

hierna te noemen het College. De behandelende kamer van het College, bestaande uit de heren H. Lemmen, Reuver (fungerend voorzitter), H. Berkers, Geldrop (fungerend secretaris) en de heer F. Dijkman, Best, bijeen te Veenendaal 13 april 2016, ter behandeling van een Geschillenzaak, welke via Bureau Rechtspleging van de NPO, aan het College werd voorgelegd onder dossiernummer 16.1.501.

  • Kennisnemende van:

het schrijven, d.d. 27 januari, van [vereniging], verenigingsnummer [nummer]te [vestigingsplaats], hierna te noemen appellant, waarin hij een zaak aanbrengt ” inzake onrechtmatige besluitvorming in de ALV van Afdeling 5 Zuid Holland d.d. 26 januari 2016”.

  • Ten aanzien van de bevoegdheid:

Dat het College op voet van het bepaalde in artikel 31 lid 6 van de Statuten NPO en artikel G1 lid 1 van het Reglement Rechtspleging niet anders kan doen dan de klacht in behandeling te nemen.

  • Ten aanzien van de klacht:

De klacht is ontvankelijk.

  • Ten aanzien van de procedure:

Appellant werd vertegenwoordigd door de bestuursleden [voorzitter], [secretaris] en [derde vertegenwoordiger].

Verweerder werd vertegenwoordigd door de bestuursleden [voorzitter], [secretaris], [2e secretaris] en hun [adviseur].

  • Ten aanzien van de feiten en omstandigheden:
    • dat appellant in zijn schrijven de ”onrechtmatige besluitvorming” nader definieert door te stellen dat 1. de bijlagen voor de vergadering te laat waren verstuurd, 2. dat agendapunt 6 over het aannemen van de verenigingen uit Afdeling 12 niet was behandeld en 3. dat agendapunt 8 betreffende het verzoek van de verenigingen uit Roelofarendsveen en Vlaardingen niet in stemming was gebracht. Vervolgens voegt hij als samenvatting toe dat verweerder geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Beroepscollege (zie onder);
    • dat verweerder in haar verweerschrift en ter vergadering aantoonde dat de bijlagen niet te laat waren verstuurd, wat niet meer door appellant werd weersproken;
    • dat verweerder in haar verweerschrift aantoonde dat agendapunt 6 niet expliciet handelde over het aannemen van de verenigingen uit Afdeling 12 en dat in die vergadering wel degelijk aandacht is besteed aan het toetreden van die verenigingen door ze met hartelijk applaus welkom te heten. Ook dit punt werd niet door appellant weersproken;
    • dat agendapunt 8 tot veel discussie leidde mede omdat pogingen van verweerder om met de voorzitters van het voormalige samenspel Rijnmond 2000 te bezien of er nog mogelijkheden waren om tot het door appellant gewenste herstel te komen strandden omdat appellant niet aanwezig was en beweerde niet te zijn uitgenodigd en verweerder stelde dat geen van de verenigingen herstel wensten. Ook had appellant geen gebruik gemaakt van de uitnodiging van verweerder om een voorstel voor de ALV van 26 januari in te dienen. Duidelijk werd wel dat er niet expliciet gestemd werd over agendapunt 8 omdat ”men” er geen behoefte aan had en er niet meer om gevraagd werd;
    • dat het Beroepscollege van de N(ederlandse) P(ostduivenhouders) O(rganisatie) in een eerdere zaak, die gevoerd werd onder dossiernummer 15.1.510,  appellant in het gelijk stelde en oordeelde dat de samenspelindeling moest worden teruggedraaid naar die van voor de ALV van 12 februari 2015;
    • dat appellant in de onderhavige zaak stelt dat aan voorvermelde uitspraak van het Beroepscollege geen uitvoering is gegeven door verweerder, die bewust gewacht heeft tot de ALV van 26 januari 2016 zodat de uitspraak als achterhaald zou kunnen worden beschouwd;
    • dat na de ALV van 22 maart het terugdraaien van de samenspelindeling inderdaad een achterhaalde zaak werd omdat dit in de stemming hierover unaniem werd afgewezen en omdat er inmiddels een comparitie tot stand was gekomen tussen de Afdelingen 5 en 12;
    • dat op de vraag van het College wat appellant eigenlijk wilde bereiken, pas duidelijk werd dat zijn probleem is, dat door de nieuwe indeling zijn vereniging doormidden wordt gesneden. De vooraf door verweerder geuite suggestie dat appellant voordeel zou willen bereiken door bij rayon west te worden ingedeeld, werd nu duidelijk onderuit gehaald door het feit dat appellant juist zou willen dat zijn 6 leden die in rayon west thuis horen met midden mee zouden mogen doen;
    • dat verweerder hierop aangaf dat dit wel een bespreekbaar voorstel zou kunnen zijn, maar helaas pas voor 2017 ter agenda zou kunnen komen.
       
  • Ten aanzien van de conclusie:
    • dat de door appellant ingebrachte beschuldiging van ”inzake onrechtmatige besluitvorming in de ALV van Afdeling 5 Zuid Holland d.d. 26 januari 2016” geen stand houdt;
    • dat de door appellant ingebrachte beschuldiging dat verweerder de uitspraak in de vorige gevoerde zaak niet heeft uitgevoerd, terecht is maar dat de uitspraak door de tijd is ingehaald;
    • dat het College van oordeel is dat appellant een verkeerde zaak heeft ingebracht. Als zijn wens is dat de vereniging niet door huidige de samenspelindeling doormidden wordt gesneden, dan liggen daar, blijkens de reactie van verweerder, door overleg misschien mogelijkheden voor de toekomst,


Uitspraak doende:

Het College komt niet tegemoet aan de klacht van de appellant.

Bepaalt verder dat appellant de proceskosten van het geschil zal betalen, te bepalen op
€ 250,- zijnde hoofdzakelijk kilometervergoedingen voor de collegeleden op de zittingsdag. Dit bedrag dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak te worden voldaan door storting of overschrijving op bankrekening nummer NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van Fonds Rechtspleging en dossiernummer.

Tegen deze uitspraak van het College kan door partijen krachtens Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging NPO binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO, door een brief te richten aan het bureau N.P.O, Secretariaat Rechtspleging, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal, terwijl tegelijkertijd een bedrag van €45,00 moet worden overgemaakt op bankrekening nummer. NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van “Fonds Rechtspleging”en het dossiernummer.

Aldus gedaan te Geldrop 22 april 2016 en verzonden op 25 april 2016

 

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.