Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Verdenking Oneigenlijk Gebruik van Substanties bij Postduiven (Beroep)
Dossier: B 16.2.617

Verdenking Oneigenlijk Gebruik van Substanties bij Postduiven (Beroep)

Bij een controle op het Oneigenlijk Gebruik van Substanties bij Postduiven is door het laboratorium een stof aangetroffen die in de lijst van middelen staat die niet gebruikt mogen worden. Het Tucht- en Geschillencollege NPO acht het feit bewezen en legt de liefhebber een schorsing op voor vijf jaar en een boete. Hiertegen gaat hij in beroep (verzenddatum uitspraak: 1 mei 2017)

Uitspraak

 

BESLISSING

van het

BEROEPSCOLLEGE VAN DE NEDERLANDSE POSTDUIVENHOUDERSORGANISATIE

Betreffende het beroep tegen de uitspraak van het Tucht- en Geschillencollege NPO d.d. 28 januari 2017

Dossiernummer: B 16.2.617

Partijen:

De heer [Basislid NPO]

Wonende te [woonplaats]

appellant

Gemachtigde: [raadsman]

Aanklager NPO

Gevestigd te Veenendaal

Partijen zullen hierna worden aangeduid als [Basislid NPO] en NPO.

BESTREDEN UITSPRAAK

De onderhavige zaak betreft een beroep van [Basislid NPO] tegen de uitspraak van het Tucht- en Geschillencollege NPO ( TGC ) d.d. 28 januari 2017.

De zaak is ter zitting d.d. 25 april 2017 door het Beroepscollege NPO behandeld.

Ter zitting zijn verschenen:

Partij [Basislid NPO] middels genoemde heren [Basislid NPO] en [Raadsman] en verder de deskundige mr. drs. M. Westrate, medisch specialist, de echtgenote van [Basislid NPO] en twee zoons en een dochter en partij NPO middels [Aanklager].

ONDERZOEK TER ZITTING

Over de bevoegdheid

Het Beroepscollege is niet gebleken van feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot onbevoegdheid van het Beroepscollege. Het Beroepscollege acht zich daarom bevoegd van het beroepschrift kennis te nemen.

Over de ontvankelijkheid

Ontvankelijkheid NPO

[Basislid NPO] heeft gesteld dat de NPO niet ontvankelijk dient te worden verklaard en heeft deze stelling gemotiveerd in het beroepschrift op pagina 2 en 3. Het Beroepscollege volgt [Basislid NPO] daarin niet. Het Beroepscollege is van mening dat de genoemde gedragingen niet kunnen lijden tot niet ontvankelijkheid. Ook verder is niet gebleken van feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van de NPO voor zover al een andere partij dan de appellant reglementair niet ontvankelijk zou kunnen zijn. Het Beroepscollege acht de NPO, vertegenwoordigd door de Aanklager daarom ontvankelijk in zijn beroep.

Ontvankelijkheid [Basislid NPO]

Het Beroepscollege stelt ambtshalve de vraag of [Basislid NPO] ontvankelijk is nu [Basislid NPO] het gemotiveerde beroepschrift niet binnen de termijn heeft ingediend zoals gesteld in artikel A31 Reglement Rechtspleging. Desgevraagd verweert [Basislid NPO] zich met de mededeling dat in de bestreden uitspraak van het TGC, een beroepstermijn van een maand staat; dat deze termijn eindigt op 28 februari 2017 en dat het gemotiveerde beroepsschrift van 27 februari daarom tijdig is ingediend. Het Beroepscollege overweegt als volgt. De termijn voor het instellen van beroep is reglementair bepaald op veertien dagen na verzending van de uitspraak in eerste aanleg. Het Beroepscollege heeft reeds enkele maanden geleden het Bestuur NPO geadviseerd deze termijn te wijzigen naar zes weken. Inmiddels ligt er een voorstel voor statutenwijziging waarover de ALV nog dient te stemmen. Reeds eerder heeft het Beroepscollege een langere termijn toegestaan in een zaak waarin een vergelijkbare termijnoverschrijding heeft plaatsgevonden doch waarin tussen de datum van indiening en de behandeling van het beroep een periode lag die lang genoeg was om de andere partij de gelegenheid te geven het verweer goed voor te bereiden. Het Beroepscollege heeft in een eerdere zaak een veel langere termijnoverschrijding niet geaccepteerd. In die zaak was de periode tussen indiening van de motivering van het beroep en de behandeling ter zitting zodanig kort (minder dan een week) dat de tegenpartij in redelijkheid haar verweer niet goed had kunnen voorbereiden. Met name nu in deze zaak een foutieve beroepstermijn in de uitspraak van het TGC is benoemd en het beroepschrift wel binnen de in de uitspraak genoemde termijn is ingediend, acht het Beroepscollege de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar en acht het Beroepscollege [Basislid NPO] ontvankelijk in zijn beroep. Het Beroepscollege verzoekt het Bestuur NPO wederom de beroepstermijn reglementair spoedig te verlengen naar zes weken.

Behandeling ter zitting, eerste termijn

De voorzitter heet de aanwezigen welkom en verifieert de aanwezigen. De voorzitter deelt de aanwezigen de gang van zaken tijdens de behandeling ter zitting mede en geeft het woord aan partij [Basislid NPO].

[Basislid NPO] pleit middels zijn raadsman conform zijn pleitnota welke aan deze uitspraak is gehecht.

De voorzitter geeft de Aanklager het woord. Het blijkt dat de Aanklager een verweerschrift heeft ingediend. De voorzitter en de secretaris hebben dit verweerschrift niet ontvangen. De voorzitter last een leespauze in en schorst de zitting.

Na de schorsing geeft de voorzitter de Aanklager opnieuw het woord en gaat de Aanklager in op de stellingen van [Basislid NPO] over de verschillen in benamingen van de onderzoeken en de gehanteerde termen. De Aanklager verwijst nadrukkelijk naar het gestelde in zijn verweerschrift onder de randnummers 9 t/m 15. De Aanklager bevestigt nog eens dat noch een bevestigingsonderzoek noch een contra-expertise hebben plaatsgevonden. De Aanklager stelt dat ter zitting van het TGC in eerste aanleg partijen akkoord zijn gegaan met een tweede onderzoek en dat aldus is gehandeld.

De Aanklager benadrukt dat er sprake is van een nul-tolerantie in de reglementen; dat de onderzoeken steeds hebben plaatsgevonden op dezelfde wijze zoals nu bij partij [Basislid NPO] en dat hier nog nooit kritiek op is geleverd.

De Aanklager besluit zijn betoog met de mededeling dat hij achter de zaak staat en van mening is dat de NPO geen fouten heeft gemaakt.

Vragen Beroepscollege

Op vragen van het Beroepscollege wordt als volgt geantwoord.

De vraag aan partij [Basislid NPO] inzake de ontvankelijkheid is reeds beantwoord met verwijzing naar de gestelde termijn in de uitspraak van het TGC.

Op de vraag of er een door partijen ondertekende checklist is, antwoordt de Aanklager dat dit niet het geval is. Er is slechts een blanco exemplaar. Partij [Basislid NPO] verklaart tijdens de controle niet bekend te zijn geweest met de checklist.

Op de vraag of de monsterneming afgenomen is conform de instructie voor het nemen van mestmonsters zoals verkort weergegeven in de checklist antwoordt de Aanklager dat de mestmonsters naar zijn mening correct zijn afgenomen.

Op de vraag waarom de NPO geen bevestigingsanalyses laat doen antwoordt de Aanklager dat hij denkt dat hieraan budgettaire redenen ten grondslag liggen.

Op de vraag of de nultolerantie een redelijk standpunt is nu Diclofenac blijkens verschillende openbare bronnen in het milieu blijkt voor te komen stelt de Aanklager dat in voorgaande onderzoeken nog nooit Diclofenac is aangetoond; ook niet in de duivensport. Als Diclofenac al in het leidingwater voorkomt dan had ook in voorgaande onderzoeken Diclofenac moeten zijn aangetroffen.

De Aanklager stelt dat het hier gaat om een verboden stof in het hok en bij de duif. Bij blazen tijdens een alcoholcontrole komt de adem uit een persoon. Bij het onderzoek van duivenpoep komt de poep uit de duif en dus heeft de verboden stof in de duif gezeten.

Op de vraag welke laboratoria door de NPO zijn aangewezen en waar dit staat gepubliceerd blijkt dat deze laboratoria staan genoemd op de site van de NPO. Ducares staat daar op genoemd. Het laboratorium te Wageningen staat daarop niet genoemd.

De voorzitter wendt zich tot partij [Basislid NPO] en stelt diens eisen aan de orde. De voorzitter deelt mede dat er geen sprake kan zijn van een voorlopige voorziening nu de bodemzaak reeds nu wordt behandeld. Voorts deelt de voorzitter mede dat er geen sprake kan zijn van vrijspraak. Dit is een term uit het strafrecht, Het Beroepscollege beoordeelt slechts of het beroep gegrond, ongegrond of deels gegrond en/of ongegrond is. In dat kader verwijst de voorzitter alle andere eisen naar de civiele rechter. De uitspraak zal worden gepubliceerd op de site NPO > rechtspraak.

Op de vraag aan [Basislid NPO] hoeveel duiven er van [Basislid NPO] waren gelost blijkt dat er 21 duiven van [Basislid NPO] mee hebben gevlogen en dat hij de 1e, de 101e en de 210e plaats heeft behaald.

Op de vraag welke hokken zijn gecontroleerd antwoordt [Basislid NPO] dat hij met één controleur het hok van de winnende duif is ingegaan en dat de controleur mest uit de broedhokken, mest van de vloer en mest van de roosters heeft genomen.

Op de vraag aan de Aanklager of er een samenwerkingsovereenkomst tussen het NPO en Ducares bestaat stelt de Aanklager dat niet te weten. Ducares meldt slechts dat er al dan niet een verdachte stof in het monster zit en dat is het dan.

Tweede termijn

De voorzitter geeft partij [Basislid NPO] de gelegenheid in tweede termijn te reageren op hetgeen de Aanklager naar voren heeft gebracht.

[Basislid NPO] stelt dat niet duidelijk is of Rikilt, het laboratorium te Wageningen, geaccrediteerd is voor onderzoek van de betreffende stof. [Basislid NPO] merkt tevens op dat Rikilt niet een door het NPO aangewezen laboratorium is.

[Basislid NPO] stelt dat het NDAD in oprichting de ondergrenswaarden zal gaan bepalen. In dat geval kan en zal er sprake zijn van een Maximaal Aanvaarde Concentratie van een (schadelijke) stof (MAC-waarde).

[Basislid NPO] betoogt dat de aanklager met de blaastest bij een alcoholcontrole een onjuiste vergelijking heeft gemaakt nu de duivenpoep niet van de duif is afgenomen maar uit de broedhokken, van de vloer en van de roosters.

[Basislid NPO] betoogt dat het begrip ‘verdacht van een bepaalde stof’ iets geheel anders is dan vaststelling of identificatie van die stof.

[Basislid NPO] stelt dat niet is gewerkt conform de checklist en dat deze niet is ondertekend terwijl dit wel is voorgeschreven.

[Basislid NPO] stelt (middels mevrouw [Basislid NPO]) dat ter zitting van het TGC is gezegd dat er een bevestigingsonderzoek zou worden gedaan. Daarmee heeft [Basislid NPO] ingestemd. Daarbij heeft [Basislid NPO] gevraagd of een deskundige van zijn kant daarbij aanwezig kon zijn. Dit is niet gebeurd.

[Basislid NPO] stelt de nultolerantie regel niet te kennen en dat deze voorts niet blijkt uit het reglement.

Desgevraagd zegt de Aanklager geen behoefte te hebben aan een tweede termijn.

Overwegingen.

Het Beroepscollege overweegt als volgt. Het gebruik van doping is onaanvaardbaar, ook in de duivensport. Een beschuldiging van dopinggebruik is al diffamerend. Een veroordeling wegens dopinggebruik schaadt onherstelbaar de eer en goede naam van degene die veroordeeld is en brengt aanzienlijke schade toe aan zijn persoonlijke en sociale situatie en aan zijn positie in de maatschappij in het algemeen en aan zijn positie in de duivensport in het bijzonder. Aan de te volgen procedure en het te leveren bewijs dienen derhalve hoge eisen te worden gesteld. De stelling van de Aanklager dat de onschuldpresumptie niet van toepassing zou zijn, deelt het Beroepscollege niet. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geeft een ruime uitleg aan de onschuldpresumptie. De NPO dient derhalve het onomstotelijke bewijs conform het reglement te leveren dat er oneigenlijk gebruik is gemaakt van substanties bij postduiven; substanties die volgens het Reglement verboden zijn.

Het Beroepscollege concludeert dat de instructies voor het nemen van mestmonsters voor de controle op oneigenlijk gebruik van substanties zoals bedoeld in artikel 11 van het reglement noch de daarvan afgeleide checklist geen onderdeel uitmaken van het reglement en ook niet zijn bekend gemaakt aan [Basislid NPO]. In het dossier ontbreekt voorts een ondertekend rapportage formulier zoals is voorgeschreven in artikel 8. Het rapportageformulier is ook niet ter ondertekening aangeboden aan [Basislid NPO] zoals voorgeschreven in artikel 14. Verder heeft het Beroepscollege bij de communicatie met Ducares ook geen rapportageformulier aangetroffen hetgeen wel in artikel 12 is voorgeschreven.

Het Beroepscollege concludeert dat niet in discussie is dat de mest uit de broedhokken is genomen, en van de vloer en de roosters is geschraapt. Het Beroepscollege stelt vast dat het verzamelen van de te onderzoeken mest niet heeft plaatsgevonden op de wijze zoals voorgeschreven in de instructies en in de daarvan afgeleide checklist. In het bijzonder is niet voldaan aan het gestelde onder artikel 9 dat de duif in een door de controleurs meegenomen mand dient te worden gezet op de bodem waarop een steriele doek is gelegd waarna dient te worden gewacht dat de duif minimaal 10 gram mest heeft geproduceerd.

Het Beroepscollege stelt vast dat Ducares heeft vastgesteld dat het monster verdacht wordt van de aanwezigheid van Diclofenac. Het Beroepscollege overweegt dat een verdenking onvoldoende is voor een veroordeling. Het Beroepscollege is van mening dat, nu Ducares stelt dat een bevestigingsonderzoek noodzakelijk is om de identiteit van deze stof definitief te bevestigen, de NPO naar de stellige overtuiging van het Beroepscollege een bevestigingsonderzoek niet achterwege had mogen laten alvorens [Basislid NPO] definitief te beschuldigen van het gebruik van oneigenlijke substanties. De NPO had [Basislid NPO] dienen te informeren dat het monster verdacht werd van aanwezigheid van Diclofenac en dat een bevestigingsonderzoek zou worden uitgevoerd.

De NPO hanteert een nultolerantie voor wat betreft de aanwezigheid van Diclofenac. Op de vraag waar dat precies staat geeft de Aanklager geen bevredigend antwoord. Ook de reglementen geven geen uitsluitsel. Het Beroepscollege veronderstelt, met de Aanklager dat de nultolerantie dient te worden afgeleid uit het Reglement. Het Beroepscollege acht de aanwezigheid van een lijst met stoffen en hun drempelwaarde of maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-waarde) een noodzakelijke voorwaarde voor het kunnen vaststellen of een bepaalde drempelwaarde is overschreden. Het is aan de NDAD in oprichting spoedig een dergelijke lijst te produceren. Vooralsnog stelt het Beroepscollege vast dat uit openbare bronnen blijkt dat Diclofenac in het oppervlaktewater voorkomt en dat de waterzuiveringsinstallaties het afvalwater niet van Diclofenac kunnen zuiveren. Derhalve is er een grote kans dat een bepaalde concentratie in het milieu aanwezig is en kan geen nultolerantie worden aangehouden als de mest niet direct van een duif is afgenomen. Contaminatie van het hok kan niet worden uitgesloten.

De overwegingen overziende komt het Beroepscollege tot de conclusie dat in het gehele traject van onderzoek meerdere malen het reglement niet is gevolgd en dat in aanzienlijke mate onzorgvuldig is gehandeld. Daarom kan de uitspraak in eerste aanleg niet in stand blijven en dient deze te worden vernietigd.

DE BESLISSING

Het Beroepscollege vernietigt de uitspraak van het TGC in eerste aanleg en verklaart het beroep van [Basislid NPO] gegrond. Het Beroepscollege oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [Basislid NPO] verboden substanties heeft gebruikt en dat de beschuldiging daarvan als prematuur en niet bewezen dient te worden aangemerkt. Dat betekent dat [Basislid NPO] per direct in al zijn rechten als basislid van de NPO dient te worden hersteld.

Het Beroepscollege veroordeelt de NPO in de kosten van beide procedures zijnde € 250,00 voor de procedure in eerste aanleg en € 250,00 voor de beroepsprocedure alsmede voor alle kosten die gemoeid zijn met de onderzoeken en de verdere kosten.

Het Beroepscollege wijst af het anders of meer gevorderde.

Zwaag, 28 april 2017

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.