Persoonlijke hulpmiddelen

Home > Over NPO > Rechtsgang > Uitspraken 2016 > Verzoek tot dispensatie vanwege gedwongen overgang
Dossier 16.1.816

Verzoek tot dispensatie vanwege gedwongen overgang

Basislid moet naar andere vereniging vanwege opheffen van zijn oude vereniging. De nieuwe vereniging ligt in een andere kring en daardoor wordt hij niet in de uitslagen opgenomen.

UITSPRAAK

van het College van Tucht en Geschil van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, hierna te noemen het College. De behandelende kamer van het College, bestaande uit de heren P. E. Fidder, Nunspeet (fungerend voorzitter), H. Berkers, Geldrop (fungerend secretaris), H. Lemmen, Reuver, N. Meuwsen, Nijmegen, en D. van Noort, Dirksland, bijeen te Veenendaal 14 december 2016, ter behandeling van een Geschillenzaak, welke via Bureau Rechtspleging van de N.P.O, aan het College werd voorgelegd onder dossiernummer 16.1.816.

  • Kennisnemende van:

het schrijven, d.d. 2 september 2016 van de heer [Basislid], spelend onder lidnummer [nummer], hierna te noemen appellant, waarin hij het verzoek tot dispensatie om over te gaan van vereniging [Z] naar vereniging [D] voorlegt aan het College omdat Afdeling 8, hierna te noemen verweerder, het aan haar gerichte verzoek tot dispensatie heeft afgewezen.

  • Ten aanzien van de bevoegdheid:

Dat het College op voet van het bepaalde in artikel 31 lid 6 van de Statuten NPO en artikel G1 lid 1 van het Reglement Rechtspleging niet anders kan doen dan de klacht in behandeling te nemen.

  • Ten aanzien van de klacht:

De klacht is ontvankelijk.

  • Ten aanzien van de procedure

Appellant was ter zitting persoonlijk aanwezig om zijn zaak te bepleiten.

Verweerder werd ter zitting vertegenwoordigd door [secretaris afdeling],  en twee bestuursleden.

Door verweerder werd tijdens de zitting een pleitnota overhandigd.

  • Ten aanzien van de feiten en omstandigheden:

-          dat appellant tijdens het vluchtseizoen een andere vereniging moest zoeken omdat zijn vereniging per 27 juni alle activiteiten staakte. Na enige oriëntatie meldde hij zich aan bij de vereniging P.V. [D] omdat deze vereniging naar voren kwam als een stabiele vereniging met een goed functionerend bestuur. Hij werd per 22 juli aangenomen als lid;

-          dat verweerder zijn overgang naar de nieuwe vereniging in Regio Noord Oost Kring 5 weliswaar heeft goedgekeurd maar heeft bepaald dat hij, wat de uitslagen betreft, in Regio 4 thuishoort en derhalve, behalve voor de verenigingsuitslag, niet geklasseerd kan worden als de regio’s niet tegelijk lossen vanaf dezelfde plaats. Zijn coördinaten liggen in Regio 4 en dat is bepalend;

-          dat appellant erkent dat zijn coördinaten in Regio 4 liggen maar dat hij slechts 1 à 2 kilometer van de grens ligt en dat hij er niet van verdacht kan worden om voordeel uit de situatie te willen halen. Hij is een kleine speler en vliegt alleen “vitesse” en “jonge duiven”;

-          dat bovendien het College al meerdere malen overgangen van de ene naar een andere regio heeft goedgekeurd in de situatie van gedwongen overgang wegens opheffen van de oude vereniging;

-          dat verweerder bestrijdt dat de door appellant aangehaalde gevallen ”gelijke gevallen” betreft. Dat betrof overgangen door herindelingen van de regio’s en een overgang naar een andere afdeling;

-          dat het Huishoudelijk Reglement NPO artikel 13 duidelijk is. In de situatie van appellant kan hij niet in de Regio-uitslagen worden opgenomen;

-          dat verweerder op vragen van het College meldt dat herindelingen binnen de afdeling vaker voorkomen en erkent dat ”spelvreugde” binnen onze organisaties een argument is dat steeds zwaarder wordt gewogen;

  • Ten aanzien van de conclusie:

-          dat artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement NPO inderdaad duidelijk is;

-          dat niemand, zelfs niet verweerder, weerspreekt dat het appellant niet om voordeel te doen is. Dat het alleen om zijn spelvreugde gaat;

-          dat de door appellant aangehaalde ”gelijke gevallen” weliswaar niet geheel identiek zijn maar inhoudelijk en door de gedwongen situaties zoveel gemeen hebben dat zij door appellant terecht worden aangevoerd;

UIT SPRAAK DOENDE:

Het College komt tegemoet aan de klacht van de appellant.

Bepaalt verder dat verweerder de proceskosten van het geschil zal betalen, te bepalen op
€ 150,- zijnde hoofdzakelijk kilometervergoedingen voor de collegeleden op de zittingsdag.

Dit bedrag dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak te worden voldaan door storting of overschrijving op bankrekening nr. NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van Fonds Rechtspleging en dossiernummer.

Tegen deze uitspraak van het College kan door partijen krachtens Artikel A31 van het Reglement Rechtspleging NPO binnen vier weken na dagtekening van de uitspraak beroep worden aangetekend bij het Beroepscollege NPO, door een brief te richten aan het bureau N.P.O, Secretariaat Rechtspleging, Postbus 908, 3900 AX Veenendaal, terwijl tegelijkertijd een bedrag van €45,00 moet worden overgemaakt op bankrek. nr. NL42INGB0687212642 t.n.v. NPO Veenendaal onder vermelding van “Fonds Rechtspleging”en het dossiernummer.

Aldus gedaan te Geldrop 23 december 2016 en verzonden op 18 januari 2017.

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.